Ze zette door. Vanaf het allereerste moment.
Ze is 15 als haar moeder haar bij mij brengt. Een meisje dat eruitziet alsof ze de wereld aankan. Vastberaden, gedreven, een doorzetter in hart en nieren. Maar ergens is het doorzetten doorgeslagen naar iets wat haar uitput in plaats van vooruit helpt. Wat van buitenaf lijkt op schoolstress bij een puber, blijkt bij nader inzien veel dieper te gaan.
Het verhaal begint op school. Ze zit op het vwo maar het advies is duidelijk: ga naar de havo. Dat advies accepteert ze niet. Ze leert en leert en leert. Zo hard dat ze op een gegeven moment nachten niet slaapt. Als ze op de fiets naar school stapt, slingert ze over de weg. Haar lichaam geeft signalen af die ze niet hoort, of niet wil horen. Bij een volwassene zou je het misschien een beginnende burn-out noemen, maar zij is pas 15.
Als ze eenmaal thuis is, stelt haar moeder de vraag die alles verandert. Wat maakt nou dat je zo hard aan het doorzetten bent?
Het meisje denkt even na. Dan zegt ze eerlijk: anders ga ik toch dood?
Haar moeder weet direct waar dit vandaan komt. Want zij was erbij. Op de dag dat haar dochter werd geboren, kwam ze ter wereld met een blauw aangelopen gezichtje. De verpleegkundigen stonden om haar heen en zeiden het keer op keer: wel doorzetten hoor. Wel doorzetten.
En ze deed het. Ze zette door en ze leefde.
Haar hersenen registreerden in die eerste minuten van haar leven een absolute waarheid: niet doorzetten is doodgaan. Dit is een klassiek voorbeeld van een geboortetrauma dat zich opslaat in het celgeheugen. Die overtuiging sloeg zich op in elk celletje van haar kleine lijfje. Diep en onzichtbaar, maar altijd aanwezig. En terwijl ze opgroeide, terwijl ze een peuter werd, een kind, een puber, bleef die overtuiging intact. Op de achtergrond, stil, maar onverminderd actief.
Haar moeder belt mij en vertelt het verhaal. Als het meisje bij mij binnenkomt, weet ik al iets van wat er speelt. Maar ik wil het van haar horen, op haar manier.
We gaan aan de slag met tekenen als ingang voor de regressie. Regressietherapie bij kinderen en jongeren werkt vaak heel goed via tekenen, omdat het een natuurlijke en veilige manier is om contact te maken met wat er diep van binnen leeft. Via het tekenen maken we contact met het pasgeboren babytje van toen. Dat kleine meisje dat zo hard haar best heeft gedaan om te blijven leven. We gaan terug naar die eerste momenten, naar de couveuse, naar de verpleegkundigen, naar de strijd die ze heeft gestreden zonder dat iemand haar daarvoor ooit echt heeft bedankt.
En dan mag het babytje iets beseffen wat haar lichaam al die jaren niet heeft geweten: ze heeft het gehaald. Ze heeft doorgezet en het heeft gewerkt. Ze is niet meer dat pasgeboren meisje dat vecht voor haar leven. Ze is 15 jaar oud, gezond en er is geen gevaar meer.
Als dat besef doordringt, komt de ontlading. Ze huilt en haar lijf trilt, niet van verdriet maar van herkenning. Elke cel en elke vezel van haar lichaam begrijpt het nu. Ze mag stoppen met vechten omdat ze al gewonnen heeft. De psychosomatische klacht, het dwangmatige doorzetten dat haar lichaam en geest uitputte, lost op omdat de oorsprong ervan is aangepakt.
We werken het helemaal uit totdat alles tot rust is gekomen en het doorzetten niet meer voelt als overleven, maar gewoon als een keuze die ze zelf mag maken.
Eind dat schooljaar maakt ze rustig de overstap naar een andere school en een ander niveau. Niet als opgave, niet als verlies, maar als iets wat gewoon klopt. En ondertussen is ze weer gewoon een puber die lekker op de bank hangt, series kijkt en niks doet, zonder de stille angst dat ze doodgaat als ze even stopt. Want het vermogen om door te zetten heeft ze nog steeds. Dat is van haar, dat is altijd van haar geweest. Alleen kan ze het nu op een gezonde manier inzetten, op de momenten dat ze het zelf kiest en wanneer het echt nodig is.
Dat is wat regressietherapie kan doen. Niet het verleden veranderen, maar wel de manier waarop je lichaam dat verleden nog steeds met zich meedraagt. Want soms draag je een overlevingsstrategie mee die ooit je leven heeft gered, maar die je nu in de weg staat. En dan is het tijd om je lichaam te vertellen dat het mag loslaten.