Het lichaam vergeet nooit
In 1988 ondergaat de Amerikaanse danseres Claire Sylvia een gecombineerde hart-longtransplantatie en daarna gebeurt er iets wat de wetenschap tot op de dag van vandaag niet kan verklaren. Ze krijgt plotseling trek in bier en gebakken kip, dingen die ze nooit lustte. Haar manier van lopen verandert, haar energie verandert en als ze uiteindelijk de familie van haar donor opzoekt blijkt dat dit exact het lievelingseten was van de achttienjarige jongen wiens hart en longen zij nu draagt. Zijn moeder herkent zelfs zijn maniertjes in haar bewegingen (ze heeft hierover een boek geschreven). De medische wereld heeft hier geen antwoord op, maar wie ooit van dichtbij heeft gezien hoe het celgeheugen werkt, is niet verbaasd.
Onveilig, te groot, te eng
Ik denk aan dit celgeheugen als ik in mijn praktijk zit en kijk naar de arm van de vrouw tegenover mij.
Ze is hier voor iets heel anders. Een gevoel van vastzitten, van niet kunnen uitspreken wat ze weet en voelt. Ze heeft veel te brengen, maar houdt zichzelf steeds in. We zijn al een tijdje aan het werk als ik het zie. Haar linkerarm beweegt omhoog, steeds opnieuw, en elke keer drukt ze hem met haar rechterhand resoluut terug op zijn plek. Ze heeft het zelf niet door, maar haar lichaam is al het hele gesprek bezig iets te zeggen wat zij nog niet wil horen.
Als ik het voor de zoveelste keer zie, vraag ik haar wat haar arm daar de hele tijd doet. Ze kijkt verbaasd. Geen idee, zegt ze, maar het doet ook pijn. En in die twee woorden zit precies wat er speelt: ze weet niet waarom haar arm omhoogkomt, maar ze weet wel dat ze hem niet wil volgen. Het voelt onveilig, te groot, te eng.
Wat ik dan doe is niet haar arm dwingen te stoppen of haar aanmoedigen om er gewoon in mee te gaan. Wat ik doe is de veiligheid creëren waarbinnen het mag. Rustig, stap voor stap, totdat ze voelt dat er niets kan gebeuren wat groter is dan wat we samen aankunnen. En pas dan, in die veiligheid, stel ik voor om eens aan haar arm te vragen om ons mee te nemen naar de tijd en plek waar dit is ontstaan.
Celgeheugen
Wat er dan komt verrast haar volledig. Ze staat op een schoolplein. Ze is een meisje. Haar meester is boos en rukt haar mee naar binnen, aan diezelfde linkerarm. Ze was dit voorval helemaal vergeten. Haar bewuste geheugen had het opgeruimd, weggelegd, afgedaan als iets van vroeger. Maar haar arm weet het nog precies. Die arm was nog steeds boos, nog steeds verdrietig en nog steeds bezig om iets duidelijk te maken wat nooit gehoord was.
Want op dat schoolplein daar had ze een besluit genomen. Als er toch niet naar haar geluisterd wordt, als die meester totaal geen oog voor haar heeft, dan houdt ze haar mond maar. Dat besluit heeft ze decennia meegedragen. Ze heeft kennis, inzichten, dingen die ze wil delen met de wereld, maar steeds op het moment dat ze haar mond open wil doen trekt er iets haar terug, haar arm trekt haar als het ware zo naar achteren. En een overtuiging die ooit logisch was als overlevingsstrategie van een kind, maar die haar nu volledig in de weg staat.
Dit is precies wat het celgeheugen doet. Het slaat niet op wat jij je bewust herinnert, maar wat het lichaam heeft ervaren, wat het heeft besloten, wat het heeft vastgehouden om jou te beschermen. En dat celgeheugen werkt volgens een eigen logica, de logica van overleven, niet de logica van het nu. De amygdala, het alarmsysteem diep in de hersenen, handelt in milliseconden en heeft jouw toestemming daarvoor niet nodig. Tegen de tijd dat jij een gedachte vormt heeft je lichaam al gereageerd. Dat is waarom het begrijpen van een ervaring via praten alleen, zelden genoeg is om het los te laten, want de oorzaak zit niet in het hoofd maar in het weefsel zelf, in de plek waar de ervaring zich heeft vastgezet en nooit de kans heeft gekregen om af te ronden.
Regressietherapie
Bij regressietherapie gaan we naar die plek. We volgen wat het lichaam laat zien, een arm die steeds omhoogkomt, een schouder die niet los wil, een keel die dichtknijpt zonder aanwijsbare reden. Het lichaam weet precies wat er nog onverwerkt is en geeft signalen en wacht geduldig tot er iemand is die luistert en de veiligheid biedt om het te laten spreken.
Als die vrouw na de sessie mijn praktijk uitloopt is er iets veranderd, niet omdat we erover hebben gepraat, maar omdat het meisje op dat schoolplein eindelijk gezien is. Omdat haar arm het verhaal heeft mogen vertellen dat al zo lang opgesloten lag. En nu voelt ze dat ze haar mond weer open mag doen.
Ze gaat zichzelf laten horen op de manier die altijd al was en die haar arm al die tijd al probeerde terug te geven.
Dat is wat regressietherapie in de kern doet. Niet het verleden veranderen, maar wel de manier waarop je lichaam dat verleden nog steeds met zich meedraagt. Want soms draag je een overlevingsbesluit mee dat ooit precies klopte, maar dat je nu in de weg staat, en dan is het tijd om je lichaam te vertellen dat het mag loslaten.